DutchEnglishFrenchGermanGreekItalianPortugueseSpanish

De Vader, de Zoon & de Heilige Geest

In het Nieuwe Testament vinden we de uitdrukking, woord of term “Drie-eenheid” nergens terug. Dit is dus geen leerstelling die in de Schrift voorkomt en we dus ook niet terugvinden bij de eerste christenen. 

Maar wat geloofden de eerste christenen dan over de Vader en de Zoon?

Indien we het over ‘de eerste Christenen’ hebben dan bedoelen we de christenen die leefden voor het eerste concilie van Nicea in 325, en in het bijzonder hen die leefden van 100 tot 200, gedurende de eerste eeuw na de dood van de apostel Johannes.

Deze christenen zaten in een veel gunstigere positie als het gaat om het begrijpen en uitleggen van het Nieuwe Testament dan wij dat zijn, nu zo’n 2000 jaar later, want:

  1. Enkele van hen waren directe discipelen van de apostelen. Velen leefde slechts één generatie daarvan verwijderd en waren leerlingen van degenen die weer door de apostelen onderwezen waren.
  2. Zij lazen, spraken en dachten in het ‘koiné’ Grieks, de [spreek en schrijf] taal die gebruikt werd in de tijd van het Nieuwe Testament en waarin het NT ook geschreven is.
  3. Zij leefden in dezelfde (Oosterse) cultuur als de apostelen. Wij leven in een westerse cultuur. Iemand die zich in cultuur gebruiken verdiept zal weten dat deze verschillen nogal voor wat misverstanden kunnen zorgen.
  4. Zij waren degenen die onze huidige canon van het Nieuwe Testament hebben samengesteld.

De sleutel tot het begrijpen van de leerstelling van de eerste Christenen over de Vader en de Zoon ligt in het begrijpen van de verschillen tussen;

(1) “natuur/substantie”;
(2) “persoonlijke eigenschappen” en
(3) “rangorde, hiërarchie of autoriteit”. 

Deze begrippen verwijzen naar drie verschillende zaken, maar helaas begrijpen veel westerse christenen het verschil niet en halen daardoor deze drie begrippen door elkaar of vermengen deze met elkaar. 

Hier een uitleg van deze drie begrippen.

(1) In de theologie verwijst de term ‘natuur’ naar de essentie of klasse waartoe een persoon of schepsel behoort. Zo hebben alle mensen één en dezelfde natuur, ongeacht de verschillen in persoonlijke eigenschappen en karakteristieken. Genetisch gesproken is geen man of vrouw ‘minder’ menselijk dan een ander mens. Zo heeft een zoon dezelfde menselijke natuur als zijn vader. In lijn hiermee geloofden de eerste Christenen dat de Zoon, Jezus Christus, dezelfde natuur bezit als de Vader. Zowel de Vader als de Zoon hebben beide namelijk de Goddelijke natuur. Indien de Zoon niet van dezelfde natuur zou zijn als de Vader, dan zou Hij niet werkelijk Gods Zoon kunnen zijn, en zou de Zoon ook niet Goddelijk kunnen zijn zoals Zijn Vader. De citaten van de eerste Christenen die we gaan lezen geven duidelijk aan dat de christenen voor 325 AD, consequent onderwezen dat de Zoon volledig Goddelijk is.

(2) Daarentegen zijn ‘persoonlijke eigenschappen of kenmerken’ heel iets anders. Persoonlijke eigenschappen verwijzen naar individuele kenmerken en verschillen tussen leden van dezelfde klasse of natuur. Om dit duidelijk te maken, gaan we terug naar het begin van de schepping van de mens. In Genesis lezen we dar er een tijd was dat er nog maar twee mensen op aarde waren, Adam en Eva. Deze twee mensen bezaten dezelfde natuur. Adam was niet meer menselijk dan Eva, noch Eva minder menselijk dan Adam. Ze waren gelijk in natuur. Maar betekent dat dan automatisch dat ze ook gelijk waren in persoonlijke eigenschappen? Nee, dat doet het niet. Adam was waarschijnlijk langer en sterker dan Eva. Verder kwam Eva uit Adam, omdat ze gevormd werd uit een rib van Adam. Aan de andere kant had Eva de mogelijkheid om kinderen te baren en bijvoorbeeld borstvoeding te geven, dingen die Adam nooit zou kunnen. In het kort, dit waren enkele persoonlijke eigenschappen of kenmerken waarin Adam en Eva van elkaar verschilden ondanks het feit dat ze gelijk waren in natuur. Op dezelfde wijze onderwezen de eerste Christenen vanaf het eerste begin dat er persoonlijke kenmerken zijn waarin de Vader en de Zoon van elkaar verschillen. 

Een voorbeeld:
De Vader verwekte Zijn enig-geboren Zoon, en daarom vindt de Zoon Zijn oorsprong in de Vader. Zoals ook Eva haar oorsprong in Adam had. Maakt dit de Zoon minder Goddelijk van natuur? Reduceert dit de Zoon tot een mindere God? In het geheel niet! Verwekt/ontstaan zijn is niet een aspect van wel of niet de Goddelijke natuur bezitten, het is een persoonlijk kenmerk. De eerste Christenen onderwezen dat de Vader nooit een menselijk lichaam zou kunnen aannemen en dat Hij nooit zichtbaar zou zijn voor menselijke ogen. Voor de eerste Christenen was dit onmogelijk en zou een verloochening betekenen van de Vader Zijn persoonlijke kenmerken of eigenschappen, omdat de Vader de uiteindelijke en hoogste bron is. Niet alleen van het universum maar ook van de Zoon en de Heilige Geest. Laat het duidelijk zijn dat hiermee de eerste Christenen de Zoon niet degraderen tot een mindere God of als minder Goddelijk bezagen. Want we hebben het hier over persoonlijk eigenschappen die niets met hun Goddelijke natuur te maken hebben. De eerste Christenen erkenden ook dat de Vader groter is dan de Zoon maar dan met betrekking tot persoonlijke eigenschappen, niet met betrekking tot natuur. De Zoon en de Heilige Geest bezitten de volledige natuur van Goddelijkheid maar de persoonlijke kenmerken van de Vader maken Hem groter dan de Zoon en de Heilige Geest.

(3) Maar ook op een ander vlak onderwezen de eerste Christenen dat de Vader groter is dan de Zoon; namelijk in rangorde. Hier betekent rangorde; volgorde in het bezitten van autoriteit over iets of iemand. Gelijkheid in natuur betekent niet gelijkheid in autoriteit of rang. Als we teruggaan naar het voorbeeld van Adam en Eva, zien we, ondanks dat ze beide dezelfde natuur hebben, er onderscheid in persoonlijke kenmerken, alsook in autoriteit tussen de twee bestaan.
Alhoewel Adam en Eva gelijk zijn in natuur, werd Adam het eerst geschapen en had hij autoriteit over Eva. 

Volgens vele Schriftplaatsen heeft de Vader autoriteit over de Zoon. De Zoon is gezonden door de Vader; de Zoon doet de wil van de Vader; de Zoon zit aan de rechterhand van de Vader etc. Deze hiërarchie kan niet worden omgedraaid en toch doet deze hiërarchie weer geen afbreuk aan de Goddelijkheid van de Zoon of aan Zijn persoonlijke kenmerken.

Indien christenen niet het verschil zien of begrijpen tussen natuur, persoonlijke kenmerken en rangorde, dan komen ze onherroepelijk tot een verwarrende uitleg over wat de Schrift en de eerste Christenen onderwijzen over de Vader en de Zoon.

Laten we nu eens kijken wat de eerste Christenen en de Schrift onderwijzen over ‘natuur’, ‘persoonlijke kenmerken’ en de ‘rangorde of autoriteit’ van en tussen de Vader en Zijn Zoon.

(1) Gelijkheid in Natuur. 

Laten we beginnen met de Vader. De eerste regel van de Apostolische geloofsbelijdenis waaraan de eerste Christenen zich hielden, luidt:

“Ik geloof in God de Almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde; en in Jezus Christus, Zijn enige Zoon, onze Heer”.

Hoe kort deze zin ook is, het zegt al veel, namelijk:

Wanneer de eerste Christenen het hebben over God, beginnen ze altijd eerst bij de Vader. God de Almachtige Vader is namelijk NIET dezelfde persoon als Zijn enig-geboren Zoon Jezus Christus. Ze zijn beide twee verschillende personen of individuen.

Deze zin is eigenlijk niets meer dan een ‘citaat’ van dat wat er staat in 1 Kor. 8:6:

‘… wij weten: er is één God, de Vader, uit wie alles is ontstaan en voor wie wij zijn bestemd, en één Heer, Jezus Christus, door wie alles bestaat en door wie wij leven.’

De eerste Christenen geloofden eensgezind dat het niet de Vader was die naar de aarde kwam, maar Zijn Zoon. Justin Martyr schreef ca. 60 jaar na de dood van de apostel Johannes het volgende: 

‘Hij die ook maar over enige intelligentie beschikt, zal het niet wagen om aan te nemen dat de Maker en Vader van alle dingen, zichtbaar zou worden op maar een klein gedeelte van de aarde, nadat Hij alle bovennatuurlijke zaken had verlaten.’ Justin Martyr (c. 160, E), 1.227..

Een van de belangrijkste verschillen die de eerste Christenen benadrukten tussen de Vader en Zijn Zoon was dat de Vader ‘ongeboren’ en de Zoon ‘geboren’ is. Hier een paar representatieve uitspraken:

‘Volg de enige ongeboren God na, door Zijn Zoon.’
Justin Martyr (c. 160, E), 1.167.

‘Voor zover een mens een beschrijving van God kan geven, geeft ik er een waar elk weldenkend mens zal mee kunnen instemmen - dat God Almachtige is, eeuwig bestaat, ongeboren, niet geschapen, zonder begin en zonder einde is.'
Tertullianus (c. 207, W), 3.273.

Sommige eerste Christenen gebruikten de Griekse term ‘auto-theos’ met betrekking tot de Vader. Dat wil zeggen, God in Zichzelf. De God zonder begin of oorsprong. De ‘ongeboren’ God.

Wat zegt de Schrift hierover?

‘Hij alleen is onsterfelijk en hij woont in een ontoegankelijk licht; geen mens heeft hem ooit gezien of kan hem zien. Aan hem zij de eer en de eeuwige kracht.’ - 1 Tim. 6:16 (NBV)

'Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft [Hem] [ons] verklaard.’ - Joh. 1:18 (SV)

Wat geloofden de eerste Christenen over Jezus Christus? In het kort; zij geloofden dat Hij de enig-geboren Zoon is uit de Vader. Want anders kon Hij nooit een ware Zoon van de Vader zijn.

Enkele Schriftplaatsen die ze gebruikten zijn:

‘In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God'. - Joh. 1:1 (NBV)

De woordkeuze ‘… het Woord was God’, heeft trouwens voor veel verwarring gezorgd, omdat in het NT het woord ‘God’ [Theos, in het Grieks] bijna altijd verwijst naar de Vader. Beter en in lijn met de uitleg van de eerste Christenen zou zijn geweest … ‘‘In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was "Goddelijk". (Gr. - Theos -> Zie ook Strong’s dictionary). Of;  was "een God".

‘Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, …’ - Joh. 17:21 (NBV)

Want in Hem [Jezus] is de goddelijke volheid lichamelijk aanwezig, …’ - Kol. 2:9 (NBV)

Jezus Christus heeft dezelfde natuur als de Vader. Alle kinderen hebben dezelfde natuur als hun ouders. Wij zijn mensen en daarom onze kinderen ook. In die zin zijn wij allemaal gelijk - zijn we allemaal mensen! We zijn allemaal gelijk in natuur of substantie.

Geheel hiermee in overeenstemming onderwezen de eerste Christenen dat Jezus gelijk in natuur is aan de Vader. Als de Vader de Goddelijke natuur bezit, dan bezit ook Zijn Zoon de Goddelijke natuur. De Zoon bezit dezelfde Goddelijke natuur als Zijn Vader, net zoals kinderen dezelfde menselijke natuur hebben als hun ouders. 

Enkele citaten van de eerste Christenen hierover:

‘Het Woord zelf, dat is de Zoon van God, is een met de Vader door gelijkheid in natuur. Hij is eeuwig en niet geschapen.’  Clemens van Alexandrië (c. 195, E), 2.574.

‘Hij [Jezus] is gemaakt als tweede in manier van bestaan - in rangorde, niet in natuur. Hij trok zich niet terug van de oorspronkelijke bron, maar ging voorwaarts.’
Tertullianus (c. 197, W), 3.34.

‘Nu, als Hij [Jezus] ook God is, volgens Johannes, “Het Woord was bij God en het Woord was God” dan heb je twee individuen - Een die gebiedt dat iets wordt geschapen, en een ander die schept. In welke zin je moet begrijpen dat Hij anders is heb ik al eens uitgelegd: Op grond van persoonlijkheid en niet van natuur [oorsprong].’ Tertullianus (c. 213, W), 3.607.

‘Het Woord [Jezus] zelf komt van God Hemzelf; daarom is het Woord zelf ook God, zijnde van dezelfde natuur als God.’
Hippolytus (c. 225,W), 5.151.

‘De Zoon verschilt niet in natuur van de Vader.’
Origenes (c. 245, E), 10.336.

De eerste Christenen geloofden ook dat Jezus altijd al bestaan heeft, net zoals de Vader. Tegelijkertijd zegt de Schrift; ‘Hij [Jezus] is de enig-geboren Zoon van de Vader.’ [Joh. 3:16 SV] “Hoe kan dat nu?” vraag je jezelf misschien af. Dit komt doordat het Griekse woord wat vertaald wordt met ‘geboren’ twee betekenissen heeft waarvan er een in onze huidige taal in ‘onbruik’ is geraakt; namelijk (1) ‘origine, oorsprong of bron’ wat zonder begin is en (2) ‘geboren’ wat een begin heeft en zoals het nu overal vaak weergegeven wordt.

(2) Verschillen in persoonlijke eigenschappen / kenmerken.

‘Niemand weet wanneer die dag of dat moment zal aanbreken, de engelen in de hemel niet en de Zoon niet, alleen de Vader.’ - Mark. 13:32 [NBV].

‘Niemand heeft ooit God gezien; de enig-geboren Zoon, Die in de schoot van de Vader is, Die heeft [Hem] [ons] verklaard.’ - Joh. 1:18 [SV].

‘Jezus dan antwoordde en zei tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De Zoon kan niets van Zichzelf doen, tenzij Hij den Vader dat ziet doen; want zo wat Die doet, hetzelve doet ook de Zoon desgelijks. Want de Vader heeft den Zoon lief, en toont Hem alles, wat Hij doet; en Hij zal Hem groter werken tonen dan deze, opdat gij u verwondert. … Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft al het oordeel den Zoon gegeven;’ Joh 5:19,20,22 (NBV).

‘Als je me liefhad zou je blij zijn dat ik naar mijn Vader ga, want de Vader is meer dan ik.’ Joh. 14:28. (NBV).

‘Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ - Joh. 20:17 (NBV).

‘wij weten: er is één God, de Vader, uit wie alles is ontstaan en voor wie wij zijn bestemd, en één Heer, Jezus Christus, door wie alles bestaat en door wie wij leven.’ - 1 Kor. 8:6 (NBV).

‘Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus,…’  - 2 Kor. 1:3 (NBV).

‘Beeld van God, de onzichtbare, is Hij, eerstgeborene van heel de schepping:’ - Kol 1:15 (NBV).

‘… maar nu de tijd ten einde loopt heeft Hij [God] tot ons gesproken door zijn Zoon, die hij heeft aangewezen als enig erfgenaam en door wie hij de wereld heeft geschapen. In hem schittert Gods luister, hij is zijn evenbeeld, hij schraagt de schepping met zijn machtig woord; hij heeft, na de reiniging van de zonden te hebben voltrokken, plaatsgenomen aan de rechterzijde van Gods hemelse majesteit, ver verheven boven de engelen omdat hij een eerbiedwaardiger naam heeft ontvangen dan zij. Tegen wie van de engelen heeft God immers ooit gezegd: 'Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt'? Of: 'Ik zal een vader voor hem zijn, en hij voor mij een zoon'? Maar wanneer hij de eerstgeborene de wereld weer binnenleidt, zegt hij: 'Laten al Gods engelen hem eer bewijzen.' Over de engelen zegt hij: 'Die zijn engelen inzet als windvlagen, en zijn dienaren als een vlammend vuur.' Maar tegen de Zoon zegt hij: 'God, uw troon houdt stand tot in alle eeuwigheid, en de scepter van het recht is de scepter van uw koningschap. Gerechtigheid hebt u liefgehad en onrecht gehaat; daarom, God, heeft uw God u gezalfd met vreugdeolie, als geen van uw gelijken.’’
Heb. 1:2-9 (NBV).

Nu weer enkele citaten van de eerste Christenen hierover:

‘De God en Vader van onze Heer Jezus Christus.’
Polycarpus (c. 135, E), 1.35.

‘De Zoon vertelt ons dat Hij gered wordt door dezelfde God. Hij pocht niet over Zijn daden als gedaan door Zijn eigen wil of kracht. Want toen Hij op aarde was, handelde Hij op dezelfde wijze. Hij antwoordde een man die Hem aansprak met ‘Goede Meester’: “Waarom noem je Mij goed? Een is goed, mijn Vader die in de Hemel is.”  
Justin Martyr (c. 160, E), 1.249

‘Indien iemand naar de reden vraagt waarom de Vader, die gemeenschap heeft met de Zoon in alle dingen, door de Heer [Jezus] laat verklaren dat Hij [de Vader] alleen het uur en de dag weet, dan zal hij op dit moment geen passender, sluitend en duidelijker reden vinden dat dit: Dat we door Hem [Jezus] leren dat de Vader boven alle dingen verheven is. Want Hij [Jezus] zegt: “De Vader is groter dan ik.” De Vader, zo verklaart onze Heer, blinkt uit met betrekking tot kennis.’
Ireneüs (c. 180, E/W), 1.402.

‘Hij wordt onthuld als de enige God die alle dingen geschapen heeft, die Almachtig is en die de enige Vader is. Hij grondvestte en vormde alle dingen. … Hij maakte alles en ordende alle dingen door Zijn Wijsheid. Hij omvat alle dingen, maar Hijzelf kan door niets omvat worden. … Er is maar één God, de Schepper. Hij staat boven elke heerser, macht, heerschappij en deugd. Hij is de Vader; Hij is God; Hij is de Grondlegger; Hij is de Schepper. Hij schiep alle dingen door Hemzelf, dat wil zeggen, door Zijn Woord en Wijsheid. … Hij is de Vader van onze Heer Jezus Christus. Door Zijn Woord, welke Zijn Zoon is, door Hem openbaarde en manifesteerde Hij zich aan iedereen aan wie Hij geopenbaard is. Want alleen zij kennen Hem aan wie de Zoon Hem heeft geopenbaard. Maar de Zoon, in eeuwigheid bestaande bij de Vader, van oudsher af, ja, vanaf het begin, openbaart altijd de Vader.’  Ireneüs (c. 180, E/W), 1.406.  

(3) Verschil in Rangorde, Autoriteit of Hiërarchie.

De Schrift schrijft hierover:

'Toen zei hij: 'Uit mijn beker zullen jullie inderdaad drinken, maar wie er rechts en links van mij zullen zitten kan ik niet bepalen, die plaatsen behoren toe aan hen voor wie mijn Vader ze heeft bestemd.’’ - Matt. 20:23 (NBV).

‘… dan zult u weten dat ik het ben, en dat ik niets uit mijzelf doe, maar over deze dingen spreek zoals de Vader het Mij geleerd heeft. Hij [de Vader] die mij gezonden heeft is bij mij; Hij heeft Mij niet alleen gelaten, omdat ik altijd doe wat Hij wil.’  - Joh. 8:28,29 (NBV).

‘Ik heb niet namens mezelf gesproken, maar de Vader die Mij gezonden heeft, heeft Mij opgedragen wat Ik moest zeggen en hoe Ik moest spreken. Ik weet dat Zijn opdracht eeuwig leven betekent. Alles wat Ik zeg, zeg Ik zoals de Vader het Mij verteld heeft.’ - Joh. 12:49,50 (NBV).

‘Dit kon gebeuren omdat de God van Abraham en de God van Isaak en de God van Jakob, de God van onze voorouders, aan Jezus, zijn dienaar, de hoogste eer heeft bewezen.’ - Hand. 3:13 (NBV).

‘Want inderdaad, in deze stad hebben allen samengespannen tegen Jezus, Uw heilige dienaar, die door U is gezalfd: …’  - Hand. 4:27 (NBV).

‘Christus is het hoofd van de man, de man het hoofd van de vrouw en God het hoofd van Christus.’ 1 Kor. 11:3 (NBV).

‘En dan komt het einde en draagt Hij [Jezus] het koningschap over aan God, de Vader, nadat Hij alle heerschappij en elke macht en kracht vernietigd heeft. Want Hij moet koning zijn totdat 'God alle vijanden aan zijn voeten heeft gelegd'. De laatste vijand die vernietigd wordt is de dood, want er staat: 'Hij [God] heeft alles aan Zijn [Jezus] voeten gelegd.' Wanneer er 'alles' staat, is dat natuurlijk uitgezonderd Degene [God] die alles aan Hem [Jezus] onderwerpt. En op het moment dat alles aan Hem onderworpen is, zal de Zoon zichzelf onderwerpen aan Hem die alles aan Hem [Jezus] onderworpen heeft, opdat God over alles en allen zal regeren.’ - 1 Kor. 15:24-28 (NBV).

‘Openbaring van Jezus Christus, die hij van God ontving om aan de dienaren van God te laten zien wat er binnenkort gebeuren moet.’ -  Opb. 1:1 (NBV).

De eerste Christenen schrijven hierover:

‘De Heer deed niets zonder de Vader, want Hij was verenigd met Hem, … [Er is] één Jezus Christus, die uit de Vader voortgekomen is. Hij is één met de Vader en ging naar één Vader.’ 
Ignatius (c. 105, E), 1.62.

‘Wees de volgelingen van Jezus Christus, gelijk Hij is van Zijn Vader.’ Ignatius (c. 105, E), 1.84.

‘Hij is de Heer van de mensen, want Hij heeft alle autoriteit van Zijn Vader ontvangen.’  Hermas (c. 150, W), 2.35.

‘Zij verkondigen dat onze waanzin hierin bestaat; dat wij een gekruisigd man de tweede plaats toekennen naast de onveranderbare en eeuwige God, de Schepper van alles. Want zij onderscheiden niet het mysterie wat hierin verborgen zit.’ Justin Martyr (c. 160, E), 1.167.

‘De Zoon voert uit wat de Vader graag wil. Want de Vader zend uit, en Zoon wordt gezonden en komt.'
Ireneüs (c. 180, E/W), 1.468.

‘Want Zijn Nakomeling en Zijn Evenbeeld dienen Hem in elk opzicht. Dat wil zeggen, de Zoon en de Heilige Geest, het Woord en de Wijsheid - welke alle engelen dienen en tot wie zij ondergeschikt zijn.’ Ireneüs (c. 180, E/W), 1.470.

‘Hij is de Zoon van God, maar de Verlosser van de mensen. Hij is God’s dienaar, maar onze Leraar.’ 
Clemens van Alexandrië (c. 195, E), 2.271.

‘Hijzelf [Jezus] verklaarde dat Hij niet Zijn eigen wil deed, maar die van de Vader.’ Tertullianus (c. 198, W), 3.682.

Een samenvatting van wat we gelezen hebben:

  • De Vader en de Zoon (en tevens ook de Heilige Geest) hebben of zijn van dezelfde natuur of substantie. Ze zijn beide Goddelijk van natuur, zoals ook een man en een vrouw beide volledig de menselijke natuur bezitten.
  • De Zoon is ‘geboren’ of ‘komt voort uit’ uit de Vader. Zoals ook Eva uit Adam kwam en er haar oorsprong had. Zonder God geen Zoon, zonder Adam geen Eva. Maar Eva was altijd al aanwezig als ‘rib’ in Adam, zo was de Zoon ook altijd al aanwezig bij of in de Vader.
  • De Vader en de Zoon hebben als losstaande individuen, verschillende persoonlijke kenmerken of eigenschappen. Net zoals een man en vrouw verschillen in fysieke en mentale kenmerken of eigenschappen.
  • Er is een rangorde tussen de Vader en Zoon. Ze bezitten niet dezelfde autoriteit, zoals ook op een schip er een kapitein is die gezag heeft over de stuurman etc. Zoals de man het hoofd is van zijn echtgenote zo heeft de Vader autoriteit over de Zoon. (1Kor. 11:3)
  • De Heilige Geest is in natuur gelijk aan de Vader en de Zoon, met eigen persoonlijke eigenschappen, en ondergeschikt aan en, ten dienste van de Vader en de Zoon (over de Heilige Geest komt later nog een aparte topic).

We kunnen ons voorstellen dat deze authentieke en historische zienswijze voor velen merkwaardig en nieuw overkomt. We zijn allemaal, onszelf eens inbegrepen, op de een of andere manier ‘beïnvloed’ met de theologische leerstellingen die na 325 langzamerhand ontstonden, en dat het daarom moeilijk is dat even zomaar ‘opzij’ te zetten. Maar wij vragen u om het NT eens opnieuw te lezen met de uitleg van de eerste Christenen in gedachte. U zal merken dat veel teksten ‘op hun plaats vallen’, er geen enkele ‘probleem teksten’ meer zijn, of dat er teksten zijn die u maar moet ‘overslaan’ omdat ze niet overeenkomen met andere verzen volgens uw ‘vroegere’ interpretatie.



© OTR 2023